www.jerling.virafrikaans.com

Descendants of Mr Johan Jacob JERLING (who emigrated to South Africa in 1773)

First Generation


1. Mr Johan Jacob JERLING died before 1816. Johan immigrated in 1773 to Lassan, Pommeren Preussen..

JOHANN JACOB JARLING was born, approximately 1747 CE in Lassan, Pommern, Prussia. He marries MARIA GERHARDA VAN DIJK on 05 Nov 1775 in Cape Town, Suid Afrika.
Johan Jacob Jarling was also known as Jan. Hy was from the small town, Lassan, (Also written Lassaan (VOC) Lassau (probably error) in the region, Pommern, Prussia. North Pommern, which includes Lassan, was a Swedish province until 1815 CE. Now (2005CE) is is in Germany. That is why, if someone says: "The first Jerling in South Africa was German", that's more or less correct and , if they say: "The first Jerling in South Africa was from Sweden" they'd also be correct. Lassan is a small town, in the area Ostvorpommern and Greifswald, in the region Mecklenburg-Vorpommern. Up to now, we've been unable to track down Johann (Jan) Jacob Jarling's birth records or family records in Germany, but there are records of Jarlings in the region. The Swedish census, from 1692 CE to 1698 CE, show Jarlings in this area, all noted as farmers. The census 1692 CE to 1698 CE, show the nearest Jarlings to Lassan was to be found in Anklam, but also in Greifswald and Grimmen. I'm guessing that Johann Jacob Jarling would likely been related to the Jarlings of Anklam. Lassan is, and was a fishing and farming community. In the 1700's, most farmers were not land owners. Farmers generally held tennured land. The oldest son would inherit the tennure. As result, the other brothers and sisters did not inherit at all and they would usually work for the oldest brother, or alternatively they would attempt to find work elsewhere.

Johann Jacob's marriage registry entry shows that he was a soldier, employed by the Dutch East-India Company, in 1773CE when he married the widow of Ernst Phillip Kapp, Maria Gerharda van Dijk. We can therefore but guess that he was likely a younger brother to a farmer in Lassan, or thereabouts, or perhaps even a local fisherman.

He left Texel, (Where the Enkhuisen house of the VOC's deep sea prot was located) in the Netherlands, on 11 September 1772 on the ship, Beemster Welvaren, one of 235 persons on board. He had signed up as a sailor (matroos) for the VOC. The ship arrived at The Cape of Good Hope on 18 February 1773, with 218 people on board and 16 people disembarked at the Cape, the rest sailing on to Batavia. (There were 17 deaths on board during the sailing from Texel to the Cape.) He remained in the employment of the VOC until 20 August 1776, when he left the employment of the VOC to become a 'Vrijburger'.

Cape Town was not actually called Cape Town in 1773! Cape Town only became "Cape Town" or rather "Kapstadt" in the 1780's, and officially only in 1791CE.. The first written record is by one Johannes Prinz, a soldier in the Wurttemberg Regiment, at the Castle of Good Hope, in 1788. In 1773 Cape Town was simply known as “Het Vlek aan Caab” or rather 'The spot at the Cape'.

On 27 December 1786, the VOC entered into a construction contract with Jan Jacob Jarling, to build a storage building in Plettenberg Bay, for the sum of 15,000 guldens. (florins) On 4 March 1788, the VOC noted that the building was nearly complete, and that Jan Jacob could be paid half the fee!

The only other information I have is from the Plettenberg Bay, South Africa history: An old timber store was built in 1787/88 by Johann Jerling for the Dutch East Company. The remains are preserved as a National Monument. Johann Jerling was not too popular with the VOC as the roof timbers were built from unseasoned timber and therefore deteriorated withing a short span of time. (according to some sources - others say he used the timber as specified but the timber specified - Yellowwood - was of inferior quality as a strutural timber being soft and only suitable as a finishing timber.) Water run-off over the foundations was also a problem, as result of insufficient drainage around the building.

The South African Archives records for the contract to build the wood store:
DEPOT KAB SOURCE CJ TYPE LEER VOLUME_NO 2913 SYSTEM 01 REFERENCE 36 PART 1 DESCRIPTION JERLING, JAN JACOB. VRYBURGER. KONTRAK. STARTING 17860000 ENDING 17880000

The following records from the VOC's meeting minutes:

Woensdag den 27 December 1786
Gelijk ook den opbouw der Hout Loots aan de Plettenbergs Baaij en de aanbesteeding derselve conform de de daaromtrend door de gecomm: gemaakte en met den burger Jan Jacob Jarling provisioneel geslotenen Coonditiën, voor de Somma van ƒ15000: Caabs geapprobeerd weezende, van dezelve Conditiën een afschrift aan gem: Opzigter Meding zal werden ter hand gesteld, met ordre, om wel agt te slaan, dat de voorsz: Loots allezints overeenkomstig de voorsz: Conditiën werde opgebouwd ende voltooijd.
En nadien uit het met de Ingezeetenen aangegaan, en nevens het Rapport Sub L:a C: geproduceert Contract, is komen te blijken, dat de quantiteit van het Hout hetwelk dezelve gecontracteerde Ingezeetenen onder hunne hand teekeningen aangenomen hebben, aan d' E Comp:ie te leeveren op een getal van 194 Vragten uitkomt, zo is verstaan de gem: gecomm: te qualificeeren, om na proportie van het getal der Vragten, zo veel mogelijk op eenen egualen voet, /:ten einde den een boven den anderen niet werde gefavoriseerd:/ te maken eene repartitie over de differente sorteeringen van het Hout, hetwelk zij gecomm: hebben gecalculeerd eene Scheeps Lading te zullen uitmaken, om ieder Leverancier te kunnen doen weeten, het geen hij te kappen en te leeveren hebben zal, mitsg: die repartitie ter aanbesteeding aan de Resp:ve gecontracteerdens den voorsz: opzigter in handen te Stellen; Intusschen dat dezelve gecontracteerde Ingezeetenen bij Notificatie zullen werden verstendigt van de approbatie der gem: door de gecomm: tegens de nadere bedongene prijzen met hun aangegaan accoort, ten einde met het kappen ter bequame of gezette tijden, een begin te kunnen maken, tot de Leverantie van het geene gem: opzigter invoegen voorsz: hun zal komen op te geeven en 'S Comp:s weegen aan te besteeden.
Woensdag den 27 December 1786
4. de Loots, welkers bouw blijkens de dezen L:a E verzellende Conditiën Schier op dezelfde voorwaarden als het Coorn Magazijn in de Mosselbaaij aan den burger Jan Jacob jerling voor Een Somma van Vyftien Duijzend guldens Indische Valuatie op approbatie van Uwe Wel Edele Gestr: en E Agtb: is aanbesteed geworden, om met het aflopen van de Maand December des toekomende Jaars 1787. ter lengte van 200 voeten, breedte van 22 en hoogte van 13 binnenswerks, voltooijd te weesen naar inhoude der voorsz: Conditiën, of met al Zulke veranderingen, als Uwe Wel Edele Gestr: en E Agtb: omtrend dies Constructie zouden gelieven t'ordonneeren dienen opgetimmert en daarbij behalven een opzigter, ook 6 á 8 perzonen als werkslieden aangesteld te werden, om het t'ontfangene Hout te kunnen sorteeren, opleggen, omstapelen &:a
Gelijk ook den opbouw der Hout Loots aan de Plettenbergs Baaij en de aanbesteeding derselve conform de de daaromtrend door de gecomm: gemaakte en met den burger Jan Jacob Jarling provisioneel geslotenen Coonditiën, voor de Somma van ƒ15000: Caabs geapprobeerd weezende, van dezelve Conditiën een afschrift aan gem: Opzigter Meding zal werden ter hand gesteld, met ordre, om wel agt te slaan, dat de voorsz: Loots allezints overeenkomstig de voorsz: Conditiën werde opgebouwd ende voltooijd.
27 Februarie 1788
Zo is goedgevonden aan de aanneemers van de constructie der meergem: gebouwen, zijnde den burger Godfried Fredrik Koch van het graan Magazijn in de Mosselbaaij en den mede burger Jan Jacob Jarling van de Hout Loos in de Plettenbergs Baaij, thans wel ingevolge de met hun geslotene Conditiën te doen betalen de helfte der geld Sommen waarvoor zij aangenomen hebben gehad, de voorsz: gebouwen na het gemaakt bestek ter bepaalde tijd op te stellen en over te leeveren, dan dat deze betalinge echter niet geschieden zal, dan onder het stellen van sufficante Cautie ter remedieering en vergoeding zo van de gebreeken welke aan de voorsz: gebouwen mogte werden bevonden, als van de schade, die hetzij door sodanige gebreeken, hetzij door de latere voltooijing, dan op den daartoe bepaalden tijd aan het geene in die gebouwen staat te werden geborgen, zoude mogen komen te ontstaan.
Dingsdag den 4 Maart 1788
Uwe Wel Edele Gestr: van d'ondergeteekende gecommitteerdens over de Mossel en Plettenbergs Baaijen hebbende gelieven te vorderen derselver consideratiën en advis met betrekking tot het versoek der burgers Godfried Fredrik Koch en Jan Jacob Jarling aan wien de Constructie van het Graan Magazijn in eerstgem: en de Hout Loos in laatstgen:de Baaij bij contracte is aan besteed geworden, tendeerende, om ingevolge den inhoude van het ged: Contract daar die gebouwen thans bijna voltooijd zijn, te mogen hebben betaling van de helft der Somme waarvoor zij het oprigten derselve hebben aangenomen gehad. Zo gebruiken d'onderget: de vreiheid ter pligtschuldige voldoening aan Uwer Wel Edele Gestr: voorsz: begeerte bij desen te zeggen, dat zij van den in de Mosselbaaij posthoudende vaandrig militair Hans Abue, die zig thans alhier bevind gerequireert en versogt hebbende een opgave van den gevorderden bouw van het Graan Magazijn aldaar als mede van syne bevindingen omtrend het werk zelve, en hun zo uit die schriftelijke opgave /:welke zij d'eere hebben desen ter speculatie in originali t'annexeeren:/ als uit de successivelijk ingekomene Rapporten van den Baas der Plettenbergs baaij Johan Fredrik Meding, gebleeken zijnde, dat beide de voorsz: entrepreneurs met het opbouwen der meermelde Loozen in zo verre gevordert zijn dat deselve waarschijnlijk met het aflopen der aanstaande Maand Maart allezints hegt en sterk getimmert zullen g'extrueert weesen en aan de E Comp:ie opgeleeverd werden, dienvolgens naar hun gevoelen aan de ged: aanneemers, niet wel met billijkheid kan werden geweigert derzelver op het met d'ondergeteekende gesloten Contract gefundeert verzoek. dan nadien de dikwilsgem: intrepreneurs in zo verre zijn in gebreeken gebleeven, compleetelijk aan hunne engagementen te voldoen, dat geen van hun beiden op den bepaalden tijd sijn aangenomen werk heeft komen te voltooijen en op te leeveren, en uit dit hun verzuim kunnen geboren worden, gevolgen die men nu nog wel niet voorzien kan, dog des niet te min apprehendeeren moet, om voor zo verre zij gepaart gaan of na zig sleepen kunnen eenige Schadens off verliesen, op de zo evengem: aanneemers, hoe zeer zij zig in deesen tragten te disculpeeren en in zeekeren zin ook eenige consideratiën verdienen, moeten t'huis komen, zyn d' ondergeteek: gecommitteerdens het juis van oordeel dat de afgave der voorsz: helfte van de aan hun toegelegde Sommen, zoude dienen te geschieden met dit expres beding, dat zij zelve of den geenen die in hunnen Name het geld zal ontfangen, gehouden en verpligt zal zijn cautie te stellen, dat het ontfangen bedragen, wanneer 'er in der tijd bij de te doene inspectie, eenig manquement off defect aan de voorsz: gebouwen mogten ontdekt werden, welke men zoude bevinden den intrepreneur te moeten imputeeren, off schadens en verliesen ontstaan, die aan de late extructie deeser gebouwen zullen moeten werden toegeschreeven, bij de eerste op eijssching aan d' E Compagnie zal werden gerestitueert, om onvermindert het guarand dat zij in zulken Cas verder op hun hebben zal, bij provisie hare gedeeltelijke schadeloosstelling hier in te vinden.
14 April A:o 1788
Van weegens de burgers Godfried Fredrik Koch en Jan Jacob Jarling hierna opgegeeven geworden zijnde de meede burgers Sebastiaan Valentijn van Reenen en Abraham de Haan, tot het passeeren van zodanige borgtogt, als onder welke aan hun bij Resolutie van den 14de Maart jongsleeden is toegestaan, betalinge ten genieten van de helfte der veraccordeerde geld Sommen, weegens den opbouw van het Magazijn en de Houtloos in de Mossel - en Plettenbergs baaijen, zo is verstaan, in de twee gemelde Perzonen tot deeze borgtogt genoegen te neemen.
Dingsdag den 7: Octbr: 1788
- 9. Geene nodeloose depenses te maaken, maar in alles de meeste oeconomie te betragten, alzo d'onvermijdelijke uitgaven en onkosten de Comp:ie reeds genoeg zullen drukken, en mitsdien niet te proCedeeren tot aanlegging van lootzen ofte andere gebouwen, als zijnde dat gedeelte van het Hout Magazijn het welk voor d' oplegging der Lijwaaten afgeschot is, niet alleen daarvoor toereijkend, maar zelfs groot genoeg om al het geene van andere ArtiCulen reeds gesauveerd is, of nog te voorschijn komen zal en onder Dak diend te worden geborgen, te bevallen, terwijle tot Logement van d' Militaire wagt, als met de van hier vertrokkene versterking behalven den Officier Slegts uit een Sergeant en Agt gemeenen bestaande, bij provisie Sufficient is, het den burger Jarling toebehoord hebbend en bij het voorsz: Magazijn staande planken huisje, dat d' ondergeteek:s ten voorsz: gebruijke voor reekening der E Comp:ie voor een Sommetje van 30 rd:s hebben ingekogt. Weshalven naar der ondergeteekendens gevoelen, de bij ArtiCul 11:van d' Instructie aan de GeCommitteerdens verleende Qualificatie, dan ook diend te werden ingetrocken. Maar vermits den opziender van de Houtloots, als zijn tijd en magt wel nodig hebbende om dat geene het welk aan zijne bijzonder zorge is toevertrouwd behoorlijk gaade te slaan, de GeComm:s in hunne voorsz: operatien nog in persoon nog met Zijne onderhoorige Manschappen niet kan adsisteeren of behulpzaam zijn; dat men die handreijking ook van de Militairen op geene voldoende wijze kan verwagten, wanneer Zij, gelijk daarmeede geenzints behoord te werden gedisContinueerd hunnen dienst in ordre blijven waarneemen, en de GeCommitteerdens dus absolut van de door d' ondergeteekendens ginder agtergelatene Manschappen van de Linie eenigen /: ten getallen van 6 of 8:/ expresselijk ter hunner dispositie zullen moeten aanhouden, dienden voorsz:e Gecommitteerdens niet alleen daartoe gequalificeerd te werden maar ook g'authoriseerd, om, wanneer zij oordeelen mogten dat het verblijf dier Lieden in de Plettenbergs Baaij van langer duur zullende zijn, zij zig niet langer Gelijk tot nu toe geschied is, onder tenten zullen kunnen behelpen; dan voor deselve een kleijn hut van Stroo of Planken, even als dat der Militairen te mogen laten Construeeren.
In't Casteel de Goede Hoop den 7 October 1788
Aldus Gecontracteerd in de Plettenbergs Baaij den 19: Augustus 1788. /:was geteekend:/ H: Heijns, Cornelis Botha, J: B: Henning, Johan J: Jarling, Johan Jacob Kretzinger, Guilliam Wolfaard, Petrus ter Blans S: E: ter Blans Cornelis van der Wat, Adam Barnhard, Hendrik Barnhard, Carolus Johannes du Plessis /: in Margine:/ Als gecommitteerdens /:geteekend:/ de Ridder Duminij Egbertus Bergh. Is goedgevonden en verstaan, in aanmerking dat deeze aanneeming area 25 pC:to beter koop komt te staan, als de voorgaande houtleverantien uit die baaij, zig daarmeede volkomen te Conformeeren; en zal bij ons pligtschuldig verslag van deese onse verrigting aan de Hoog gebiedende Heeren Majores teffens eerbiedig worden onder 't oog gebragt, het avantageuse dat in deese Houtleverantie voor het departement van het Artillerie weesen resideert, daar het ten dien einde alhier uit Patria aangebragt wordende Eijken hout dikwils aan zeer veel inconvenienten onderheevig is, en men al meermalen heeft moeten ondervinden, dat het zelve bij de ontscheeping geheel vervuurd is; daar in tegendeel, het hout dat dit land opleverd; tegen de Injurien van de Lugt zodanig verhard is, dat hetselve het Eijken of Ijpen hout tot dienst van de Arthillerie werken verre overtrefd.

Johan married Mrs Maria Gerharda VAN DIJK on 05 Nov 1773 in Cape Town, South Africa. Maria was christened on 06 Apr 1749 in Cape Town, South Africa. She died before 1850.

Ernst Philip KAP/KAPP from Seebach, Germany arrived 1749 as a soldier on the ship "Drabbendyk" (this would have been with the Dutch East India Company-VOC). Noted as a citizen in 1755 and became a wagon-maker. Married 25 Mar 1764 Gerharda Maria van Dyk and married again 5 Nov 1775 Johann Jacob Jarling

Johan and Maria had the following children:

+ 2 F i Maria Dorothea JERLING was christened on 05 Nov 1775. She died on 14 Feb 1796.
+ 3 F ii Anna Christina JERLING was christened on 01 Mar 1778. She died on 04 Sep 1850.
  4 M iii Johannes Mattheus JERLING was christened on 09 Jul 1780 in Cape Town, South Africa. He died in 1838.
+ 5 M iv Marthinus Jacobus JERLING was christened on 19 Oct 1783. He died in 1852.
  6 M v Jacobus Wilhemus JERLING was christened on 26 Nov 1786. He died before 1886.
  7 F vi Cornelia Margaretha JERLING was christened on 05 Sep 1790. She died before 1890.

Home Next Last

Surname List | Name Index

www.jerling.virafrikaans.com